Na Sint-Benedictus

Benedictus heeft er nooit aan gedacht een grote, wijdverbreide orde te stichten. Wat er na de dood van Benedictus in 547 gebeurde, is meer de geschiedenis van de levenskracht en inspiratie van de Regel dan de geschiedenis van de orde. Het is de verspreiding van de Regel die de stichting van de kloosters meebrengt; het is de terugkeer tot de geest van de Regel die plotseling abdijen tot grote bloei doet komen. 

De geschiedenis van de Benedictijnen is geen aaneenschakeling van moederabdijen en dochterkloosters, zoals men dat ziet bij moderne orden en congregaties. Een waar benedictijner leven bloeit op door de kracht van de Regel. Deze kracht wordt geïllustreerd door het feit dat vijftien eeuwen lang, door alle kerkelijke en wereldlijke crisissen heen, het benedictijner monnikendom tot op de dag van vandaag voortleeft.

Paus Gregorius de Grote (604) heeft deze Regel gepubliceerd en dat is het startschot geweest voor de algemene verspreiding ervan. In de ontwikkeling van Europa is deze publicatie van fundamentele betekenis geweest. Langzaam verdringt de Regel van Benedictus de andere kloosterregels in het Westen, tot hij uiteindelijk de alleengeldende Regel voor het westers monnikendom wordt.

Terecht mag men hier van een paradox spreken: Benedictus die de wereld wil ontvluchten en zich terugtrekt in de diepste eenzaamheid, wordt ongewild en onbewust door zijn Regel één van de grootste architecten van de eenheid van West-Europa.