Een concrete levensweg

Regel van Sint-Benedictus hoofdstuk 4, 62-78

  1. Niet heilig willen heten voor men het is, maar het eerst zijn, om met meer recht zo genoemd te worden.

  2. De geboden Gods dagelijks metterdaad volbrengen.

  3. Liefde hebben voor de kuisheid.

  4. Niemand haten.

  5. Niet jaloers zijn.

  6. Geen gevolg geven aan gevoelens van afgunst.

  7. Er niet op uit zijn om tegen te spreken.

  8. Alle ophef vermijden.

  9. De ouderen eren.

  10. De jongeren liefhebben.

  11. In de liefde van Christus voor zijn vijanden bidden.

  12. Zich vóór zonsondergang weer verzoenen met wie men onenigheid heeft.

  13. En nooit aan Gods barmhartigheid wanhopen.

  14. Dit zijn de werktuigen van het geestelijk ambacht.

  15. Als wij ze dag en nacht zonder ophouden hanteren en op de dag van het oordeel weer inleveren zal de Heer ons het loon uitbetalen, dat Hijzelf beloofd heeft:

  16. "Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben".

  17. De werkplaats waar wij dit alles met toeleg moeten doen is de beslotenheid van het klooster en het bestendig verblijf binnen de gemeenschap.

"Als mensen Hem vinden in elkaar.
Christus herkent zichzelf, als de zielen die door de liefde op Hem gelijken een uiting van Zijn liefde herkennen bij elkaar. Dan loven en danken zij Hem, en bemoedigen elkaar met vreugde om Hem steeds meer te beminnen. Het is wonderbaar hoe Christus, verborgen in de zielen en misschien gedwongen door de wereld om daar verborgen te blijven, onverwachts Zijn aanwezigheid openbaart. Dan lichten de zielen op en herkennen ze Hem in zichzelf, terwijl ze zich niet eens konden voorstellen dat Hij ergens kon zijn. Zijn enig beeld is in ons allen en wij ontdekken deze gelijkenis met Zijn beeld in elkaar. Er bestaan verschillen tussen ons, maar deze toevallige dingen betekenen helemaal niets zolang we maar inzien dat we werkelijk verenigd zijn in Zijn liefde. Het is voor Hem een grote vreugde als mensen Hem vinden in elkaar, niet louter door krachtsinspanningen of blinde akten van geloof, maar door de ervaring van de liefde."
(Thomas Merton, Het paradijs is overal, p. 153).